Actua

Nuttige actuele informatie van uw advocaat

De nieuwe vennootschapswetgeving, wat verandert er voor u?


De nieuwe vennootschapswetgeving

Er is al heel veel inkt gevloeid over de nieuwe vennootschapswetgeving. Deze bijdrage ambieert niet de zoveelste oplijsting van de juridisch-technische wijzigingen, maar benadert de nieuwe regels vanuit de wensen van de ondernemer.

U bent ondernemer en wil uw successie regelen zonder controle uit handen te geven?

Het meervoudig stemrecht maakt een loskoppeling mogelijk van het eigendomsrecht (wie casht, zowel dividenden als bij verkoop van de aandelen) en het beslissingsrecht (wie bepaalt de koers in de vennootschap).

Dit was reeds mogelijk in de NV, maar wordt nu ook mogelijk in de BV (de meest aangewezen vorm voor het gros van de ondernemers, meer dan vroeger).

En/of:

U kan als bestuurder niet zomaar ontslagen worden: wat reeds mogelijk was in de BVBA (statutair zaakvoerder), is nu ook mogelijk in de NV: u kan statutair benoemd worden. De light-formule: indien u de onmogelijkheid tot ontslag te vergaand vindt, maar toch niet van de ene op de andere dag buiten wil staan, kan er voorzien worden in een opzegtermijn en/of -vergoeding.

U wil samenwerken met andere ondernemende geesten, maar u weet dat uzelf of uw kompanen misschien vroeg of laat de boot willen verlaten, en dit liefst zonder veel gedoe

Kies voor de BV en voorzie in de statuten een regeling voor uittreding (en uitsluiting). De uitkoopsom kan ten laste gelegd worden van de BV in plaats van de andere aandeelhouders (die dat op dat ogenblik anders misschien niet financieel zouden aankunnen).

De CVBA is niet langer de aangewezen professionele samenwerkingsvorm, bv. voor advocaten. De CV keert immers terug naar de kerngedachte, de coöperatiegedachte, gericht op de vervulling van de behoeftes van de aandeelhouders of de ontwikkeling van een sociaal-economische activiteit. Dividenduitkering mag niet de prioriteit zijn.

Nog een stap verder gaat de VZW, als vereniging dan: winst nastreven mag nu ook, uitkeren niet.

Hoe zit het nu met de bestuurdersaansprakelijkheid?

Van de voorgenomen inperking van de bestuurdersaansprakelijkheid (de ‘cap’: beperking tot 125.000 EUR voor de KMO) is niet veel meer overeind gebleven: deze beperking geldt enkel voor de toevallige lichte fout.

U hoort het goed: een nieuw foutcriterium in het vennootschapsrecht, getankt uit het arbeidsrecht (vreemd genoeg), dat komt te staan naast de herhaaldelijk lichte fouten, grove fouten, fouten met bedrieglijk opzet waarvoor u onbeperkt aansprakelijk blijft. De onbeperkte aansprakelijkheid blijft ook voor de sociale bijdragen en fiscale schulden; goed onderhandeld van de overheid :-).

Voor de toevallige lichte fout zal u zonder probleem een verzekeringspolis kunnen afsluiten; voor de andere fouten wordt het duurder.

Hoe zit het nu met de light-vennootschappen, zoals de VOF en de Comm.V. (commanditaire vennootschap)?

Hoewel vaak geschreven wordt dat er maar 4 keuzes meer zijn, m.n. de NV, de BV, de CV en de maatschap, blijven de VOF en de Comm. ook bestaan.

De maatschap is de basis flexibele vorm, zonder rechtspersoonlijkheid en zonder ruchtbaarheid. De maatschap kan voor een tijdelijke samenwerking aangegaan worden, of voor langer.

De VOF en de Comm.V. blijven als verbijzonderingen bestaan van de maatschap, beide met rechtspersoonlijkheid. Het grote voordeel is dat uw privé-schuldeiser niet aan het vermogen kan van deze maatschapsvormen. Bij de Comm.V. blijft de mogelijkheid overeind tot het laten participeren van stille vennoten, die dus geen verder risico lopen dan hun geldelijke inbreng.

En wat met het kapitaal van de BV? Dat verdwijnt?
Ja en neen. Het woord ‘kapitaal’ verdwijnt en wordt vervangen door eigen vermogen, het eigen vermogen zoals u het nu al kent: het eigen vermogen wordt dus gevormd door geldelijke inbrengen van de aandeelhouders en door opgebouwde reserves.

Maar u wordt dus niet langer verplicht om een vast bedrag in te brengen bij de start van de vennootschap (tot nu toe: 18.550 EUR). Geen absoluut bedrag, maar een ‘toereikend aanvangsvermogen’, genoeg om de voorgenomen activiteit te voeren. Dat moet u netjes verantwoorden in een veeleisender dan vroeger financieel plan. Gaat u failliet binnen de 3 jaar, zal uw financieel plan opgedist worden en tegen het licht gehouden worden.

Uw inbreng kan nog steeds geld en/of materiaal zijn (auto, laptop).

Voelt u zich toch comfortabeler met een onbeschikbare reserve, in te brengen bij oprichting, als buffer voor tegenslagen? Geen probleem: u kan dit statutair voorzien.

Is er dan helemaal geen controle meer?

Minder, maar er is er nog wel: behalve uw huiswerk grondig te maken bij oprichting (financieel plan), zal u als bestuur ernstig moeten overwegen als u dividenden wil uitkeren: de uitkering mag niet leiden tot een negatief vermogen (solvabiliteitstest) én u moet redelijkerwijze in staat blijven om de schulden voor het komende jaar te betalen met de vennootschapsmiddelen (liquiditeitstest). Het bestuur zal dit laatste moeten verantwoorden in een verslag en de algemene vergadering kijkt toe op de eerste vereiste.

Opnieuw: wil u het bestuur beschermen tegen zichzelf (of beter: de aandeelhouders beschermen tegen het bestuur), kan u nog steeds voorzien in een onbeschikbare reserve.

De alarmbelprocedure blijft overeind, maar moet pas gevoerd als het eigen vermogen negatief wordt of dreigt te worden en als de liquiditeit in het gedrang komt.

Slotconclusie:
U krijgt meer vrijheid, maar daartegenover staat verantwoordelijkheid. Maar daar schrikken wij, ondernemers, toch niet van terug?

Wij staan u met raad en daad bij als het spant en liefst al voordien!

 

Mieke VERPLANCKE, 21 maart 2019