Actua

Nuttige actuele informatie van uw advocaat

NIEUWE REGELS OP KOMST IN B2B-CONTEXT: ONRECHTMATIGE BEDINGEN, ONEERLIJKE MARKTPRAKTIJKEN EN VERBOD OP MISBRUIK VAN ECONOMISCHE AFHANKELIJKHEID


NIEUWE REGELS OP KOMST IN B2B-CONTEXT: ONRECHTMATIGE BEDINGEN, ONEERLIJKE MARKTPRAKTIJKEN EN VERBOD OP MISBRUIK VAN ECONOMISCHE AFHANKELIJKHEID

 

Op 21 maart 2019 werd het wetsontwerp “houdende wijziging van het Wetboek van Economisch Recht met betrekking tot misbruiken van economische afhankelijkheid, onrechtmatige bedingen en oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen” goedgekeurd door de plenaire vergadering. Het wetsontwerp voorziet enkele opmerkelijke wijzigingen die een sterke impact zullen hebben op de contractuele relatie in een B2B context.

Welke wijzigingen dat precies zijn, leest u hier…

 

ALGEMEEN
 

De  wetgever wil tegemoet komen aan het economisch onevenwicht dat vaak terugkomt in een B2B-context en waardoor voornamelijk kleine zelfstandigen en kmo’s in de problemen komen.

 

Het Belgische recht bood op dat vlak onvoldoende bescherming in vergelijking met bijvoorbeeld andere Europese landen (met name Frankrijk).
 

Gezien het hier gaat om het reguleren van de B2B-verhoudingen, achtte de wetgever het echter niet nuttig om te werken via het mededingingsrecht. De insteek van het mededingingsrecht is immers om het “algemeen belang” te beschermen, terwijl de wetgever hier nadrukkelijk het private belang van de benadeelde onderneming wou beschermen. Om die reden werd  ervoor gekozen om via het marktpraktijkenrecht te werken waardoor het actieterrein aanzienlijk verruimd kon worden. De economisch afhankelijke onderneming kan nu immers worden beschermd, zelfs wanneer het  misbruik geen weerslag heeft op de markt als geheel.
 

Concreet beoogt dit wetsontwerp economisch afhankelijke ondernemingen die restrictieve praktijken vanwege hun handelspartner ondergaan, de mogelijkheid te bieden om voor de gewone rechtbanken een vordering tot staking én een aansprakelijkheidsvordering in te stellen.

 

De voorziene bescherming omvat 3 wettelijke luiken, die elk op verschillende momenten in de tijd in werking zullen treden.

 

 

EERSTE LUIK: VERBOD OP MISBRUIK VAN DE POSITIE VAN ECONOMISCHE AFHANKELIJKHEID

 

De “positie van economische afhankelijkheid” wordt als nieuw begrip geïntroduceerd. In het toegevoegde artikel IV.2/1 WER voorziet de wetgever in een expliciet verbod om als onderneming misbruik te maken van de positie van economische afhankelijkheid van een andere onderneming.

 

De  wetgever somt gevallen op waar er al zeker sprake kan zijn van misbruik, namelijk bij:

  • het weigeren van een verkoop, een aankoop of andere transactievoorwaarden;
  • het rechtstreeks of zijdelings opleggen van onbillijke aan- of verkoopprijzen of andere onbillijke contractuele voorwaarden;
  • het beperken van de productie, de afzet of de technische ontwikkeling ten nadele van de verbruikers;
  • het toepassen van ongelijke voorwaarden bij gelijkwaardige prestatie waardoor nadeel berokkend wordt aan de mededinging;
  • het feit dat het sluiten van overeenkomsten afhankelijk wordt gesteld van het aanvaarden door de economische partners van bijkomende prestaties, die naar hun aard of volgens het handelsgebruik geen verband houden met het onderwerp van deze overeenkomsten.

Dergelijk misbruik kan door de Belgische mededingingsautoriteit worden gesanctioneerd met een geldboete van maximaal 2% van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging. Tevens kan er een dwangsom opgelegd worden tot 2% van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging  te rekenen vanaf de dag die door het Mededingingscollege wordt bepaald.

 

Driejaarlijks zal deze sanctie geëvalueerd worden om na te gaan of zij nog voldoende afschrikwekkend is.
 

Het is natuurlijke personen onder de nieuwe wet ook verboden om in naam en voor rekening van een onderneming of ondernemingsvereniging met concurrenten te onderhandelen of met hen afspraken te maken over:

  • het vaststellen van de prijzen bij verkoop van producten of diensten aan derden
  • het beperken van de productie of verkoop van producten of diensten
  • het toewijzen van markten.

Maakt u zich hier als natuurlijke persoon toch schuldig aan, dan riskeert u een administratieve geldboete die kan oplopen van 100 EUR tot 10 000 EUR.

 

De wettelijke bepalingen die betrekking hebben op dit luik zullen in werking treden op de eerste dag van de dertiende maand die volgt op deze waarin deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 

 

TWEEDE LUIK: INTRODUCTIE LIJST ONRECHTMATIGE BEDINGEN

 

De wetgever voegt daarnaast een nieuw hoofdstuk toe aan boek VI van het Wetboek van Economisch Recht, namelijk Titel 3/1 “overeenkomsten gesloten tussen ondernemingen”.

 

Hierin voorziet de wetgever enkele algemene bepalingen die als het ware een opvangnet vormen om het misbruik tegen te gaan, namelijk:

  • dat schriftelijke bedingen duidelijk en begrijpelijk moeten zijn;
  • dat een overeenkomst kan worden geïnterpreteerd aan de hand van de marktpraktijken die er rechtstreeks verband mee houden;
  • dat elk beding van een overeenkomst dat, alleen of in samenhang met één of meer andere bedingen, een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van de partijen, onrechtmatig is.

Daarbij dient opgemerkt dat de vraag of een beding onrechtmatig is, niet alleen zal afhangen van factoren als de geldende handelsgebruiken en de omstandigheden rond de sluiting van de overeenkomst, maar ook van de duidelijkheid en begrijpelijkheid van het beding.

 

Daarnaast voorziet de wetgever, in lijn met wat wij reeds kennen in een B2C-context, nu ook een zwarte lijst van verboden onrechtmatige bedingen in een B2B-context. Zijn dus voortaan sowieso onrechtmatig, de bedingen die:

  • voorzien in een onherroepelijke verbintenis van de andere partij terwijl de uitvoering van de prestaties van de ene onderworpen is aan een voorwaarde waarvan de verwezenlijking uitsluitend afhankelijk is van haar eigen wil.
  • de onderneming het eenzijdige recht te geven om een of ander beding van de overeenkomst te interpreteren.
  • in geval van betwisting, de andere partij te doen afzien van elk middel van verhaal tegen de onderneming.
  • op onweerlegbare wijze de kennisname of de aanvaarding van de andere partij vast te stellen met bedingen waarvan deze niet daadwerkelijk kennis heeft kunnen nemen vóór het sluiten van de overeenkomst.

Naast een zwarte lijst introduceert de wetgever ook een grijze lijst. Alle zaken die daarin opgenomen zijn, worden vermoed onrechtmatig te zijn, met dien verstande dat de betrokken onderneming het tegendeel mag bewijzen. Op de grijze lijst staan de volgende bepalingen:

  • de onderneming het recht verlenen om zonder geldige reden de prijs, de kenmerken of de voorwaarden van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen.
  • een overeenkomst van bepaalde duur stilzwijgend verlengen of vernieuwen zonder opgave van een redelijke opzegtermijn.
  • onder tegenprestatie het economische risico op een partij leggen indien die normaliter op de andere onderneming of op een andere partij bij de overeenkomst rust.
  • op ongepaste wijze de wettelijke rechten van een partij uitsluiten of beperken in geval van volledige of gedeelde wanprestatie of gebrekkige uitvoering door de andere onderneming van een van haar contractuele verplichtingen.
  • onverminderd artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek, de partijen te verbinden zonder opgave van een redelijke opzegtermijn.
  • de onderneming te ontslaan van haar aansprakelijkheid voor haar opzet, haar zware fout of voor die van haar aangestelden of, behoudens overmacht, voor de niet-uitvoering van de essentiële verbintenissen die het voorwerp van de overeenkomst uitmaken.
  • de bewijsmiddelen waarop de andere partij een beroep kan doen te beperken.
  • in geval van niet-uitvoering of vertraging in de uitvoering van de verbintenissen van de andere partij, schadevergoedingsbedragen vast te stellen die kennelijk niet evenredig zijn aan het nadeel dat door de onderneming kan worden geleden.

Elk onrechtmatig beding is verboden en dus nietig. De overeenkomst blijft wel bindend voor de partijen indien ze ook zonder de onrechtmatige bedingen kan voortbestaan.

 

Deze titel is niet van toepassing op financiële diensten en overheidsopdrachten, zij het wel dat bij koninklijk besluit bepaalde bepalingen toch hierop van toepassing verklaard kunnen worden .

 

De wettelijke bepalingen hieromtrent zullen in werking treden op de eerste dag van de negentiende maand volgend op de maand waarin deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en dit voor alle overeenkomsten gesloten, hernieuwd of gewijzigd na deze datum. De nieuwe bepalingen zijn bijgevolg dus niet van toepassing op de overeenkomsten die lopen op datum van inwerkingtreding.
 

 

DERDE LUIK: VERBOD OP MISLEIDENDE PRAKTIJKEN BIJ VERKOOP

 

Tot slot voorziet de wetgever in een concretisering en aanvulling van het bestaande boek VI, titel 4, hoofdstuk 2 van het Wetboek van Economisch Recht.


Zo wordt het opschrift van hoofdstuk 2 dat luidde “Oneerlijke marktpraktijken jegens andere personen dan consumenten” onder de nieuwe wet uitdrukkelijk vervangen door “Oneerlijke marktpraktijken tussen ondernemingen”.
 

Daarbij wordt een opsplitsing gemaakt tussen “misleidende marktpraktijken” en “agressieve marktpraktijken”, die beiden telkens verboden zijn in een B2B-context.

 

Als misleidende marktpraktijk wordt beschouwd: “een marktpraktijk die gepaard gaat met onjuiste informatie … of, zelfs als de informatie feitelijk correct is, een onderneming… bedriegt of kan bedriegen … en haar er zowel in het ene als in het andere geval toe brengt of kan brengen een besluit over een transactie te nemen dat zij anders niet had genomen” en dit met betrekking tot de elementen opgesomd in het gewijzigde artikel VI.105 WER, zoals o.m.:

  • bestaan of de aard van het product
  • voornaamste kenmerken van het product: voordelen, nadelen, beschikbaarheid, hoeveelheid, verwachte resultaat, geschiktheid,
  • prijs of wijze van prijsberekening
  • marketing van een product
  • hoedanigheid, kenmerken en rechten van de onderneming of haar tussenpersoon

Als agressieve markpraktijken worden beschouwd: “een marktpraktijk die… door intimidatie, dwang, inclusief het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de onderneming met betrekking tot het product aanzienlijk beperkt of kan beperken, waardoor zij ertoe wordt gebracht of kan worden gebracht over een transactie een besluit te nemen dat zij anders niet had genomen.”

 

Om te bepalen of er sprake is van een agressieve marktpraktijk wordt rekening gehouden met oa. het tijdstip, de plaats, aard van de marktpraktijk, het gebruik van dreigende of grof taalgebruik, de contractuele positie van een onderneming ten aanzien van de andere onderneming edm.

 

De nieuwe regels hieromtrent zullen in werking treden op de eerste dag van de vierde maand volgend op de maand waarin deze wet wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

 

 

SLOTWOORD
 

Na het lezen van deze uiteenzetting zou in elk geval meteen duidelijk moeten worden dat na de gefaseerde inwerkingtreding van deze wet, ook in een B2B-context zeer voorzichtig gehandeld zal moeten worden bij contractonderhandelingen. Indien u hieromtrent nog vragen zou hebben of u wenst onze hulp in te schakelen bij een toekomstige opmaak, revisie of hernieuwing van uw contractvoorwaarden, aarzel dan zeker niet om contact met ons op te nemen.

 

 

Melissa BOGAERT