Actua

Nuttige actuele informatie van uw advocaat

PANDRECHT NUTTIG INSTRUMENT IN CORONATIJD?


PANDRECHT NUTTIG INSTRUMENT IN CORONATIJD?


Op 1 januari 2018 trad de Wet van 11 juli 2013 ‘tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft’ in werking. De wet voorziet concreet in 3 zekerheidsmechanismen die u als schuldeiser op een roerend goed kan bekomen: een pandrecht, een eigendomsvoorbehoud en een retentierecht.

Hoe men deze zekerheden bekomt en hoe men deze concreet kan uitoefenen verschilt al naargelang de zekerheid. In deze blog leggen wij u uit hoe het zit voor het pandrecht. In een latere blog zal ingegaan worden op het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.

Waarom kiezen voor een pandrecht?

De houder van een pandrecht (hierna: pandhouder) heeft het recht om bij voorrang boven de andere schuldeisers betaald te worden uit de goederen waarop een pand gevestigd is. Het gaat hier om een bijzonder voorrecht dat aan de pandhouder in beginsel voorrang verleent boven elke andere schuldeiser die op dat goed een recht meent te hebben (zelfs de hypothecaire schuldeiser ).

Een pand kan gevestigd worden op alle goederen die volgens de wet overgedragen kunnen worden:
-roerende goederen: zowel lichamelijk (bv. een auto) als onlichamelijk (bv. een aandeel)
-roerende goederen uit hun aard die onroerend geworden zijn door bestemming (bv. buizen dienden voor de waterleiding, zonnepanelen op een dak etc.)
-een geheel van dergelijke goederen (bv. pand op handelszaak).

Zeker in coronatijd kan het nuttig zijn om uw schuldvordering op deze manier zeker te stellen.

Eerste stap: welk soort pandrecht wil men stellen?

Bij een registerpand oftewel een “bezitloos pand”, heeft de pandhouder het verpande goed niet zelf in bezit. Het goed blijft in het bezit van de pandgever (bv. een pand op een machine in een fabriek). Het voordeel is dat de pandgever de mogelijkheid behoudt om het verpande goed verder te gebruiken.

Een vuistpand: hierbij is  er de fysieke overdracht van het verpande goed (bv. een gsm die door de pandgever aan de pandhouder wordt overhandigd). De pandhouder heeft de feitelijke macht over het goed. Vanaf datum fysieke overdracht is een vuistpand tegenstelbaar aan derden.

Daarnaast kan men ook opteren voor een pandrecht op een schuldvordering (bv. tot betaling van een bedrag door een derde) én een pandrecht op een geldsom. Wat deze laatste 2 opties betreft, zal hier in een latere blog dieper op ingegaan worden.

Tweede stap: opmaak van een schriftelijke overeenkomst

Een mondeling akkoord tussen de schuldeiser/pandhouder en schuldenaar/pandgever volstaat voor de geldigheid. Omwille van de bewijslast, raden wij echter evident een schriftelijke overeenkomst aan.

Deze overeenkomst moet vermelden:
(1) welk goed of schuldvordering bezwaard zal worden (bv. een aandeel, een auto, een handelszaak etc.). Hieruit blijkt of het gaat om een registerpand, een vuistpand, een pand op schuldvordering of een pand op een geldsom.
(2) welke schuldvordering gewaarborgd wordt (bv. een vordering tot betaling van een geldsom of tot levering van een goed).
(3) tot welk bedrag de schuldvordering maximaal gewaarborgd wordt. Naast de hoofdsom mag u ook  de intresten, het schadebeding en de eventuele kosten van uitwinning vermelden. Op het moment dat u de overeenkomst opstelt, moet u nadenken binnen welke termijn u betaling wenst en hoeveel de intresten voor die periode ongeveer zullen bedragen. Idem met de verwachte kosten van uitwinning in het geval u het verpande goed te gelde wil maken.

Als de pandgever een consument is, moet uw overeenkomst bovendien :
(1) voldoen aan de geldigheidsvereisten voor een wederkerige overeenkomst of een eenzijdige verbintenis. (artikel 1325/1326 van het Burgerlijk Wetboek)
(2) de waarde vermelden van het verpande goed. De waarde van het verpande goed mag  hoogstens het dubbele zijn van de waarde van de gewaarborgde schuldvordering.

Vanzelfsprekend moet de pandgever bevoegd zijn om het goed in kwestie te verpanden.

U kan de pandovereenkomst opstellen voor een bepaalde duur (indien de schuldenaar de schuldvordering binnen een bepaalde termijn moet voldoen) of voor een onbepaalde duur (indien de termijn niet zo nauw steekt).

Ook een derde kan een pand verstrekken tot waarborg van de schuldenaar (bv. broer is bereid zijn auto in pand te geven om een schuld van zijn zus zeker te stellen).  De pandgever wordt in dat geval de derde-pandgever genoemd.

Derde stap: Tegenstelbaarheid van uw pand verzekeren

- Een registerpand moet in het Nationaal Pandregister worden geregistreerd. Dit is een geïnformatiseerd systeem dat  werd opgericht voor het registreren, raadplegen, wijzigen, overdragen en verwijderen van een pandrecht of eigendomsvoorbehoud.

Vanaf datum registratie is het pandrecht tegenstelbaar aan derden. Bij een eventuele samenloop van diverse schuldeisers zal de datum van registratie bepalen wie voorrang heeft op dat specifieke goed.

De registratie verloopt als volgt:

  • U gaat naar de website: https://pangafin.belgium.be/#?lang=NL
  • U meldt zich aan via een digitale sleutel naar keuze (bv. Itsme of de eID kaartlezer):  
  • U kiest wat u wenst te doen: een actie met betrekking tot een pandrecht, een actie met betrekking tot een eigendomsvoorbehoud of een gewone raadpleging.
  • Als u een nieuw pand wenst te registreren, klikt u op “een actie met betrekking tot een pandrecht”. Vervolgens ziet u een aantal figuurtjes. Eén daarvan omvat de optie “nieuw pandrecht”.  Klik door en volg de stappen.

De kostprijs voor registratie, bedraagt 20 EUR tot 500 EUR al naargelang het maximaal bedrag tot beloop waarvan de schuldvordering gewaarborgd is. De exacte kostprijs kan u raadplegen in het Koninklijk Besluit van 14 september 2017 “tot uitvoering van de artikelen die het gebruik van het Pandregister betreffen”. Voor sommige personen is een raadpleging gratis.

Bij een foutieve registratie, bent u aansprakelijk voor de daaruit voortvloeiende schade. Indien de gewaarborgde schuld betaald wordt en uw pandrecht vervalt, dan past u dit best aan in het pandregister.

De registratie van het pandrecht vervalt na 10 jaar. Vanaf dat moment is het pandrecht niet langer raadpleegbaar in het Nationaal Pandregister. U kan deze termijn vernieuwen voor 10 jaar.

- Kiest u voor een vuistpand, dan zal het pandrecht tegenstelbaar zijn aan derden vanaf de dag waarop het verpande goed fysiek wordt overgedragen aan de pandhouder. Zorg ervoor dat u dit kunt bewijzen.

- Kiest u voor een pandrecht op een schuldvordering, dan zal het pandrecht tegenstelbaar zijn door het sluiten van de pandovereenkomst. Het pandrecht kan ten aanzien van de schuldenaar echter maar worden ingeroepen vanaf het ogenblik dat u dit als pandhouder ter kennis brengt van de schuldenaar of van zodra deze laatste uitdrukkelijk uw pandrecht erkent.

Vierde stap: uitwinning van het pand

Stel dat de schuldenaar zijn verplichtingen binnen de overeengekomen termijnen niet naleeft, dan kan de pandhouder het pand te gelde maken.

Als de pandgever een consument is, dan verloopt de uitwinning onder controle van de rechter die al dan niet zal beslissen dat het pand aan de pandhouder toegekend moet worden tot voldoening van zijn schuldvordering of dat het pand verkocht zal worden. Indien de rechter beslist dat het verpande goed onderhands verkocht moet worden, dan mag de pandhouder niet als koper optreden!

Als de pandgever geen consument is, dan is er geen gerechtelijke tussenkomst vereist en dan heeft de pandhouder de keuze om het verpande goed te verkopen of te verhuren. Hij moet daarbij de wettelijk voorziene uitwinningsprocedure volgen:

  • De pandhouder moet zijn voornemen tot uitwinning 10 dagen op voorhand ter kennis brengen van de schuldenaar en indien van toepassing ook aan (1) de derde-pandgever (2) andere pandhouders (3) zij die op de bezwaarde goederen beslag hebben gelegd. Indien het verpande goed bederfbaar is, dan is deze termijn beperkt tot 3 dagen.
  • Deze kennisgeving  gebeurt per aangetekende brief of per gerechtsdeurwaardersexploot en moet het volgende vermelden: (1) het bedrag van de gewaarborgde schuldvordering op het tijdstip van kennisgeving (2) een omschrijving van het verpande goed (3) de wijze waarop het pand te gelde zal worden gemaakt (4) het recht van de schuldenaar of de pandgever om de goederen te bevrijden door alsnog tot betaling over te gaan.
  • Tegelijk met de kennisgeving kan de pandhouder beslag leggen op het verpande goed.
  • De pandhouder mag in het kader van een onderhandse verkoop het verpande goed niet zelf kopen.
  • Men kan overeenkomen dat de pandhouder het verpande goed aan zichzelf mag toe-eigenen bij wijze van “betaling”. Dit kan reeds overeengekomen worden bij de opmaak van de pandovereenkomst.
  • Bij discussie (bv. omtrent de voorgenomen wijze van uitwinning) kan de pandgever of de schuldenaar (indien er sprake is van een derde-pandgever) zich binnen de termijn van hetzij 10 dagen hetzij 3 dagen tot de Beslagrechter wenden.
  • Bij een geschil over de wijze van uitwinning of de aanwending van de opbrengst dat zou ontstaan na de voltooiing van de uitwinning kan iedere belanghebbende partij zich tot de rechter wenden. De termijn hiervoor is tot uiterlijk 1 maand na datum waarop men aangetekend in kennis is gesteld van het einde van de uitwinning. Indien men geen kennisgeving heeft gekregen, beschikt men over 3 maanden vanaf het einde van de uitwinning.

Indien u na het lezen van deze uiteenzetting beslist om zelf ook uw schuldvordering zeker te stellen via een pandrecht, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen. Wij staan u graag bij in het maken van uw keuze, het opmaken van de overeenkomst, het doorvoeren van de uitwinning etc.

Namens Van Eeghem OndernemingsAdvocaten,
Melissa BOGAERT